De provincie Limburg gebruikt cookies om jouw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Strict noodzakelijke cookies
Deze cookies zijn strikt noodzakelijk om over de site te avigeren, of om te voorzien in door u aangevraagde faciliteiten.
Functionaliteitscookies
Deze cookies verbeteren van de functionaliteit van de website door het opslaan van uw voorkeuren.
Prestatiecookies
Deze cookies helpen om de prestaties van de website te verbeteren, waardoor een betere gebruikerservaring ontstaat.
Online surfgedrag gebaseerde reclame cookies
Deze cookies worden gebruikt om op de gebruiker toegesneden reclame en andere informatie te tonen.
Meer weten...

Reglement betreffende de subsidiëring van klimaatprojecten van MOS-scholen

Besluit van 15 februari 2017
Gewijzigd bij besluit van 19 april 2017 - rechtzetting

De provincieraad van Limburg,

Gelet op volgende doelstelling, actieplan en actie van het provinciale beleid 2014-2019:

  • beleidsdoelstelling: 2017140003 ‘Duurzaam Limburg’
  • actieplan: 2017140061 ‘Mbt educatie voor duurzame onwikkeling (EDO) verder expertise opbouwen en uitwisselen en een aanbod organiseren’
  • actie: 2017140217 ‘Projecten van (MOS)scholen ter ondersteuning van duurzame projecten en acties subsidiëren en opvolgen (Klimaatsubsidie)’;

Gelet op de doelstelling van het provinciebestuur om van de provincie Limburg tegen 2050 een klimaatneutrale provincie te maken;

Overwegende dat de provincie Limburg met de slagzin "Limburg gaat klimaatneutraal" iedereen wil mobiliseren om mee de schouders te zetten onder haar ambitieus klimaatbeleid om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn of alleszins heel wat zinvolle, ethisch verantwoorde, betaalbare en sociaal aanvaardbare maatregelen te realiseren tussen nu en 2050;

Gelet op de vaststelling van het reglement “Reglement betreffende de subsidiëring van klimaatprojecten van MOS-scholen" door de provincieraad op 16 mei 2012 en gewijzigd op 15 oktober 2014;
Gelet op de regelmatige verzoeken van scholen tot verlenging van de uitvoeringsperiode en het indienen van de verantwoordingstukken van het project met één jaar;

Gelet op de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige subsidies;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 24 oktober 2012 inzake de controle op de toekenning en de aanwending van subsidies en de normen voor reservevorming en latere wijzigingen op dit besluit;

Gelet op het besluit van de provincieraad van 20 maart 1996 betreffende de herkenbaarheid van het provinciebestuur in provinciale subsidiereglementen;

Gelet op budgetsleutel: 649020/203292MI0201o “Werkingssubsidies aan verenigingen, instellingen en openbare besturen/Overige - vermindering van milieuverontreiniging/Klimaatsubsidie” van het provinciebudget;

Gelet op artikel 42 van het provinciedecreet;

Besluit

I Voorwerp van het subsidiereglement

Artikel 1: doel en doelgroep

Binnen de perken van het jaarlijks vastgestelde budget kan de deputatie een subsidie verlenen aan MOS-scholen voor de uitvoering van projecten rond klimaatzorg.

Artikel 2: verklaring termen of begrippen

  • MOS: een educatief project om van scholen duurzame scholen te maken (zie www.limburg.be/mos)
  • MOS-school: een school die deelneemt aan dit project door zich te registreren.

II Voorwaarden voor subsidietoekenning

Artikel 3: voorwaarden waaraan de aanvrager moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de aanvrager moet een MOS-school zijn conform de termen/begrippen van bovenvermeld artikel 2
  • de MOS-school moet een maatschappelijke zetel of een vestigingseenheid op het grondgebied van de provincie Limburg (B) gevestigd hebben die kleuter-, lager of secundair gewoon en/of buitengewoon onderwijs aanbiedt
  • de MOS-school moet voldoen aan alle verplichtingen die voortvloeien uit eerdere toekenningen van gelijkaardige of andere subsidies van de provincie Limburg
  • de MOS-school mag in het jaar van indiening van de aanvraag voor hetzelfde project nog geen subsidie hebben toegekend gekregen in het kader van dit reglement.

Artikel 4: voorwaarden waaraan het project inhoudelijk moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project inhoudelijk aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project moet op het grondgebied van de provincie Limburg (B) uitgevoerd worden
  • het project moet aansluiten bij het provinciaal beleid
  • het project moet een betere klimaatzorg op en rond de MOS-school beogen
  • het project moet hetzij realisaties op het vlak van infrastructuur met een concrete milieuwinst beogen hetzij communicatieacties omvatten of een combinatie van beide
  • het project moet een onderdeel zijn van een bredere MOS-werking van de MOS-school
  • het project moet een educatieve valorisering omvatten die tot educatieve winst bij de leerlingen leidt
  • de directie, het leerkrachtenteam en de leerlingen of scholieren moeten heel nauw bij het project betrokken worden
  • het project mag geen éénmalige, losstaande acties en maatregelen betreffen
  • het project moet voldoen aan de SMART-criteria:
    • specifiek: er wordt duidelijk omschreven wat men wil bereiken (doelstelling) en welke stappen hiervoor nodig zijn (acties)
    • meetbaar: er wordt aangegeven hoe men kan bepalen of de doelstelling gehaald werd (indicatoren)
    • aanvaardbaar: de doelstelling is beleidsrelevant en er zijn geen externe factoren gekend die de uitvoering van het project onmogelijk maken
    • realiseerbaar: de voorgestelde acties kunnen met het beschikbare budget en de beschikbare menskracht in het opgegeven tijdsbestek uitgevoerd worden
    • tijdsgebonden: er wordt duidelijk aangegeven wanneer welke actie uitgevoerd wordt
  • de activiteiten in het kader van het project moeten vergund zijn of worden op het vlak van milieu- en stedenbouwkundige en eventuele andere vergunningen, dit voor zover er een vergunningsplicht is.

Projecten die aan één of meer van de volgende voorwaarden voldoen, genieten bovendien de voorkeur:

  • het project is zowel leergebied- en klasgebonden als leergebied- en klasoverschrijdend
  • het project is gebaseerd op een degelijke planning
  • het project vindt plaats op zowel klasniveau als op schoolniveau en in de schoolomgeving
  • het project is creatief en vernieuwend wat betreft inhoud en/of methodiek
  • het project wordt intern en/of extern gecommuniceerd en dit zowel in de aankondigingsfase als in de resultatenfase
  • het project wordt tussentijds en na de projectuitvoering geëvalueerd
  • bij het project worden de volgende partijen betrokken:
    • ouders van de leerlingen en scholieren van de betrokken school
    • administratief, technisch en onderhoudspersoneel
    • externe partners (bv. gemeente, lokale natuurvereniging, ...)
  • de geleerde inzichten die resulteren uit het project kunnen worden overgedragen naar andere scholen en organisaties die een klimaatzorgbeleid voeren
  • het project zet alle betrokkenen er maximaal toe aan om de geleerde inzichten te vertalen naar andere terreinen en aspecten die samenhangen met klimaatzorg
  • het project is vernieuwend in die zin dat het geen nieuwe inhouden of methodieken "op zich" introduceert, maar omdat deze inhouden en methodieken maximaal deel uitmaken van het reguliere lesverloop en het samenleven op school in uiteenlopende situaties op lange termijn.
    termijn. 

Artikel 5: voorwaarden waaraan het project financieel moet voldoen

Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet het project financieel aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het project mag globaal voor maximaal 100 % worden gefinancierd
  • cumulatie met andere niet-provinciale subsidies is toegestaan doch dit moet duidelijk in de aanvraag en in het projectverslag vermeld worden
  • de eigen inbreng door de aanvrager in de projectfinanciering moet minstens 25 % bedragen.

III Indiening van de subsidieaanvraag

Artikel 6: de termijn, wijze en het adres van de indiening van de aanvraag

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie kan enkel op de elektronische wijze gebeuren.
Meteen na het indienen wordt de ontvangst van de aanvraag bevestigd en worden het verdere verloop en eventuele bijkomende instructies meegedeeld aan de aanvrager.

De aanvraag tot het verkrijgen van een subsidie moet uiterlijk 1 mei van het lopende jaar ingediend worden om nog met zekerheid in dat jaar in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie.

De aanvraag moet ingediend worden op volgend adres:
Provinciaal Natuurcentrum
Craenevenne 86
3600 GENK
E-mail: mos@limburg.be 

Artikel 7: documenten in te dienen bij de aanvraag

Voor iedere aanvraag moeten de volgende documenten in 1 exemplaar ingediend worden:

  • een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier; het mailbericht geldt hierbij als ondertekening
  • een begroting van inkomsten en uitgaven van het project
  • de balans en resultatenrekening van de aanvrager van het laatste goedgekeurde rekeningjaar, indien de gevraagde subsidie gelijk is aan of hoger is dan 24.789,00 euro
  • een document dat de planning van het project beschrijft en een algemeen beeld geeft van de huidige MOS-werking in de school.

Het aanvraagformulier en de modellen van de bij te voegen documenten kunnen op het adres vermeld in bovenvermeld artikel opgevraagd worden of kunnen van de website worden gehaald. 

IV Toetsing van de subsidieaanvraag

Artikel 8: toetsing op tijdigheid

Aanvragen die buiten de termijn, vermeld in artikel 6 werden ingediend komen in het lopende budgetjaar niet met zekerheid meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
De postdatum of bij onleesbaarheid de datum van ontvangst bij het bestuur geldt als datum voor de toetsing.
De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 9: toetsing op volledigheid

De aanvraag wordt onderzocht op volledigheid.

De aanvrager die een onvolledige aanvraag indient, krijgt schriftelijk de vraag om de ontbrekende documenten/gegevens alsnog in te dienen binnen de meegedeelde termijn. Een aanvraag die niet vervolledigd wordt binnen deze termijn komt in het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor een subsidie in het kader van dit reglement.
Hiervan wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 10: toetsing op inhoud

§1 De aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden vermeld in het reglement en wordt vóór de beslissing over het al of niet toekennen van de subsidie voor advies voorgelegd aan een ambtelijke adviescommissie.

§2 De ambtelijke adviescommissie beoordeelt en rangschikt de ingediende aanvragen op basis van de voorwaarden bepaald in bovenvermelde artikels 3, 4 en 5. De resultaten van de beoordeling worden samengevat in een beoordelingsverslag dat aan de deputatie wordt voorgelegd.

§3 De ambtelijke adviescommissie kan adviseren om een ander subsidiebedrag toe te kennen dan werd aangevraagd.

§4 Wanneer dit gevraagd wordt, moet de aanvrager zijn project aan de ambtelijke adviescommissie komen voorstellen en verdedigen.

§5 De ambtelijke adviescommissie duidt voor ieder project waarvoor een subsidie werd toegekend een ambtelijke projectopvolger aan.

§6 De deputatie is bevoegd voor de oprichting, samenstelling en opheffing van de ambtelijke adviescommissie. De commissie komt op minstens jaarlijkse afroep samen en wordt voorgezeten door de gedeputeerde van Leefmilieu en Natuur of zijn afgevaardigde.

Artikel 11: toetsing op krediet

Indien de kredieten die in het budget voor dit reglement zijn ingeschreven, uitgeput zijn, komt de aanvraag voor het lopende budgetjaar niet meer in aanmerking voor toekenning en moet de aanvrager in het nieuwe budgetjaar een nieuwe aanvraag indienen om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie.
In voorkomend geval wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de rangschikking zoals bepaald in bovenvermeld artikel 10 en komen de aanvragen in aanmerking volgens hun rang.

De aanvrager zal hiervan schriftelijk op de hoogte worden gebracht.

Artikel 12: besluitvorming over de subsidieaanvraag

De deputatie beslist op basis van het beoordelingsverslag van de ambtelijke adviescommissie. De indiener wordt in kennis gesteld ten laatste 15 september van het jaar van de aanvraag of de aanvraag al of niet in aanmerking komt voor een subsidie en bij een toekenning van de subsidie welk subsidiebedrag wordt toegekend.

De aanvrager zal schriftelijk in kennis gesteld worden van de beslissing.

V Berekening van het subsidiebedrag

Artikel 13: bepaling van het subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt maximaal 75 % van het verschil tussen de subsidiabele projectuitgaven (inclusief niet-recupereerbare btw) en de eventuele projectinkomsten.

Het toe te kennen subsidiebedrag wordt berekend op basis van de door de aanvrager ingediende raming van projectinkomsten en -uitgaven zoals opgenomen in en gevoegd bij het aanvraagformulier. Het definitieve subsidiebedrag wordt na de indiening van de nodige documenten ter verantwoording van de aanwending van de toegekende subsidie berekend op basis van de werkelijke projectinkomsten en -uitgaven na de projectuitvoering en nadat aan de voorwaarden van ondervermelde artikels 15 en 16 werd voldaan. Enkel uitgaven die gedetailleerd bewijsbaar zijn en die officieel boekhoudkundig ingeschreven zijn, worden aanvaard voor de bepaling van het definitieve subsidiebedrag.

De bepaling van de provinciale subsidie kan beperkt worden tot bepaalde uitgavenelementen. De deputatie zal per aanvraag de niet-subsidiabele uitgavenelementen vaststellen.

Volgende uitgaven komen niet in aanmerking voor subsidiëring:

  • recupereerbare btw
  • uitgaven die reeds via andere subsidiekanalen werden gefinancierd
  • personeelsuitgaven voor personeel in loondienst van de aanvrager.

Investeringsuitgaven komen slechts tot een bedrag van maximaal 2.000,00 euro in aanmerking voor
subsidiëring.

VI Betaling van het subsidiebedrag

Artikel 14: wijze van betaling

§1 Indien het toegekende subsidiebedrag lager is dan 1.250,00 euro wordt het bedrag in 1 schijf betaald bij de toekenning.

§2 Indien het toegekende subsidiebedrag gelijk of hoger is dan 1.250,00 euro wordt het toegekende subsidiebedrag in 2 schijven betaald:

  • een eerste schijf van 50 % wordt betaald bij de toekenning
  • het saldo wordt betaald nadat de voorwaarden tot betaling van het saldo vermeld in ondervermeld artikel 15 zijn vervuld en de verplichtingen na de toekenning vermeld in ondervermeld artikel 16 zijn nagekomen.

Artikel 15: voorwaarden tot betaling van het saldo

§1 Uiterlijk 1 april van het tweede jaar volgend op het jaar van de subsidietoekenning moet een projectrapport worden ingediend.

§2 Het projectrapport moet volgende documenten bevatten:

  • een verslag met een beschrijving van de uitgevoerde acties in duidelijke en toegankelijke bewoordingen, telkens met aangeven van de bij de actie betrokken partners
  • een exemplaar of kopie van alle in het kader van het project gemaakte publieke documenten (vb. folders, educatief materiaal, ...)
  • een overzicht van de vereiste en verkregen vergunningen met de datum waarop iedere vergunning verkregen werd
  • een overzicht van alle inkomsten en uitgaven, samen met alle facturen, schuldvorderingen en andere financiële verantwoordingsdocumenten (voor 100 % van de projectuitgaven).

Het wordt aangeraden om bij het projectrapport ook ander relevant bewijsmateriaal in te dienen indien beschikbaar, bijvoorbeeld verslagen van werkgroepen, film, tekeningen in de klas gemaakt, website, lesblaadjes gebruikt in de klassen, leerplan, schoolreglement, MOS-logodossier, …
 
§3 Het subsidiesaldo wordt zo spoedig mogelijk betaald na ontvangst, controle en aanvaarding van het projectrapport en de bijbehorende documenten. Het projectrapport moet (bij voorkeur digitaal) op het adres vermeld in bovenvermeld artikel 6 worden bezorgd. Deze betaling is voorwerp van een afzonderlijke beslissing van de deputatie. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van deze beslissing.

VII Verplichtingen na de toekenning van een subsidie

Artikel 16: verplichtingen na de toekenning

Indien in het kader van dit reglement aan de aanvrager een subsidie wordt toegekend verbindt deze zich ertoe:

  • de toegekende subsidie aan te wenden voor het doel waarvoor zij werd toegekend
  • indien het toegekende subsidiebedrag in zijn geheel bij de toekenning wordt betaald: uiterlijk 1 april van het tweede jaar volgend op het jaar van de subsidietoekenning het project te realiseren en een projectrapport met dezelfde documenten zoals bepaald in bovenvermeld artikel 15 in te dienen op het adres vermeld in bovenvermeld artikel 6
  • melding te maken van de ondersteuning door de provincie op de wijze zoals bepaald door de deputatie bij toekenning van de subsidie
  • voor alle activiteiten in het kader van het project de vereiste vergunningen te verkrijgen, voor zover deze nog niet werden verkregen
  • de ambtelijke projectopvolger, die conform bovenvermeld artikel 10 aangeduid werd door de ambtelijke adviescommissie, op de hoogte te houden van het projectverloop.

Uitzonderlijk kan de deputatie beslissen tot een verlenging van de realisatietermijn voor een bepaalde duur, waarbij automatisch ook de termijn tot indiening van het projectrapport vermeld in artikel 15 van dit reglement met eenzelfde duur wordt verlengd. Hiertoe moet de subsidietrekker een gemotiveerde aanvraag indienen op het in artikel 6 van dit reglement vermelde adres met opgave van de duur van de gewenste verlenging. De aanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing tot het al dan niet verlengen van deze termijnen.

VIII Controle en sancties

Artikel 17: controle op de aanwending van de toegekende subsidie

De provincie heeft steeds het recht toezicht en controle uit te oefenen bij de begunstigde van de subsidie die hem in het kader van dit reglement werd toegekend. De begunstigde verbindt er zich toe de nodige inlichtingen te verstrekken en de controle van de provincie Limburg te aanvaarden.

Artikel 18: sancties

Indien de begunstigde één of meer verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement niet nakomt kan de provincie het reeds betaalde subsidiebedrag geheel of gedeeltelijk terugvorderen, of in voorkomend geval beslissen tot het niet-betalen of het gedeeltelijk niet-betalen van de toegekende subsidie. Verder kan voor een periode vastgesteld door de deputatie de begunstigde uitgesloten worden om in de toekomst in aanmerking te komen voor subsidies van de provincie Limburg.

IX Slotbepalingen

Artikel 19: inwerkingtreding en geldigheidsduur

Dit reglement treedt in werking vanaf 1 maart 2017, meer specifiek voor de subsidieaanvragen voor 2017.

Artikel 20: opheffings- en overgangsbepalingen

Het reglement “Reglement betreffende de subsidiëring van klimaatprojecten van MOS-scholen” van 15 oktober 2014 wordt hierbij opgeheven met ingang van 1 maart 2017.
Subsidieaanvragen die werden ingediend in het kader van het reglement 'Reglement betreffende de subsidiëring van klimaatprojecten van MOS-scholen’ van 15 oktober 2014 en die nog in behandeling zijn op 1 maart 2017 worden verder behandeld overeenkomstig de voorwaarden en procedure bepaald in het reglement van 15 oktober 2014. De betalingsmodaliteiten, de verplichtingen na toekenning van een subsidie in het kader van het opgeheven reglement alsook de controle- en sanctiemogelijkheden ervan worden in voorkomend geval eveneens geregeld overeenkomstig het opgeheven reglement.

Artikel 21: interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden

Alle interpretatiegeschillen en onvoorziene omstandigheden betreffende de toepassing van dit reglement worden behandeld door de deputatie.


Hasselt d.d. 2017-02-15


De provinciegriffier
Renata Camps

De voorzitter
Gilbert Van Baelen